De school organiseert vaak een overleg met jou, je ouders en een of meer docenten. Dit is jouw kans om te vertellen wat je nodig hebt en samen te kijken naar de juiste ondersteuning.
Dit is een belangrijk document dat laat zien welke soorten hulp de school biedt. Het SOP wordt elke vier jaar vernieuwd, zodat het altijd up-to-date is. Je kunt het overzicht van de scholen bekijken om te zien welke ondersteuning ze aanbieden.
Dit is de ondersteuning die elke school kan geven. Denk aan hulp bij rekenen en lezen. Scholen kunnen ook gespecialiseerd zijn in specifieke problemen, zoals dyslexie of gedragsproblemen. Het SOP geeft een duidelijk overzicht van de basisondersteuning die jouw school biedt.
Soms heb je meer hulp nodig dan alleen de basis. Extra ondersteuning kan van alles zijn, van intensieve begeleiding tot speciale programma’s. De school en het samenwerkingsverband zorgen ervoor dat je de juiste hulp krijgt.
Jongeren hebben het recht om mee te praten over hun onderwijs en de ondersteuning die zij ontvangen. Het is belangrijk dat de stem van uw kind wordt gehoord in het proces.
De school mag zonder toestemming van u of uw kind geen persoonlijke informatie delen of opvragen. De privacywet beschermt uw kind en zorgt ervoor dat ouders altijd op de hoogte zijn van wat er met de gegevens van hun kind gebeurt.
Als ouder heeft u het recht om informatie op te vragen uit het leerlingvolgsysteem, het leerlingdossier en het ontwikkelingsperspectief (OPP). Dit geeft u inzicht in de voortgang en ondersteuning van uw kind. Is uw kind 16 of ouder, dan heeft u ook toestemming van uw kind nodig.
De school kan alleen met uw toestemming informatie over uw kind opvragen of delen. Is uw kind 16 jaar of ouder? Dan moet het kind toestemming geven. Het is belangrijk om goed na te denken over welke informatie noodzakelijk is om te delen, zodat de school de juiste ondersteuning kan bieden.
Zij zien jou dagelijks. Zij zijn vaak de eersten die opmerken als je hulp nodig hebt en kunnen zien of er iets verandert in je gedrag of prestaties.
De mentor is jouw aanspreekpunt en kijkt naar jouw welzijn. Samen met de ondersteuningscoördinator stellen je mentor een plan op voor de hulp die je nodig hebt. De ondersteuningscoördinator zorgt ervoor dat alles geregeld wordt en werkt nauw samen met jou en je ouders.
De school mag geen persoonlijke informatie over jou delen zonder toestemming van je ouders. En ben jij 16 jaar of ouder? Dan moet de school ook jou om toestemming vragen. De privacywet beschermt jouw gegevens en zorgt ervoor dat je weet wat er met jouw informatie gebeurt.
Jouw ouders mogen informatie opvragen uit jouw leerlingvolgsysteem of dossier. Ben je 16 jaar of ouder? Dan hebben je ouders daarvoor ook jouw toestemming nodig.
De school kan alleen met toestemming van jouw ouders informatie opvragen of delen. Ben je 16 jaar of ouder? Dan heeft de school ook jouw toestemming nodig. Denk goed na over welke informatie je wilt delen, zodat je de juiste ondersteuning kunt krijgen.
Dit is speciaal voor vmbo-leerlingen die extra hulp nodig hebben om hun diploma te behalen. De vmbo-scholen bepalen zelf welke leerlingen deze ondersteuning krijgen.
Dit onderwijs is voor leerlingen die het beste leren door te doen. Praktijkscholen bieden veel begeleiding in kleine klassen en bereiden je voor op praktische beroepen, zoals koken of welzijn. Deze opleiding duurt ongeveer vijf jaar en kan eindigen met een diploma praktijkonderwijs.
Nee, je ouders of verzorgers kunnen je niet zelf aanmelden. De school waar je nu zit, doet dat samen met jou, je ouders/verzorgers, iemand van de hulpverlening en een gedragsdeskundige. Zij vragen een plek aan bij het FLEX-College. Een speciale commissie (CTO) bekijkt of je kunt komen. Als het antwoord ‘ja’ is, krijg je eerst een kennismakingsgesprek.
Nee, het FLEX-College geeft zelf geen diploma’s. Maar als je examen doet, volg je het programma van je oude school. Je maakt sommige schoolexamens (SE’s) op het FLEX-College. De eindexamens (CSE’s) doe je altijd op je oude school.
Ochtendgroepen zijn er op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 8.30 tot 13.00 uur.
Dit zijn de leerlingen van:
Middaggroepen (Perspectiefgroep) komen elke middag van 13.30 tot 15.30 uur.
Je start met 3 middagen en kunt dat later uitbreiden als het goed gaat.
Er zijn twee klassen. Je begint de dag bij je eigen mentor. Je werkt zelfstandig aan opdrachten van je oude school. Een docent helpt je daarbij. Soms krijg je extra hulp van vakdocenten.
Op dinsdag zijn er groepslessen over een bepaald onderwerp.
Op donderdag ga je samen iets doen buiten school.
Op woensdag ben je niet op school. Je werkt dan thuis, loopt stage of komt terug naar je oude school.
Deze groep is voor leerlingen die wat meer moeite hebben met school. Je werkt rustig aan een paar vakken, samen met je mentor.
Soms krijg je ook creatieve therapie of bewegingstherapie, als dat goed voor je is.
De ochtendgroep heeft les van 8.30 tot 13.00 uur (niet op woensdag).
De middaggroep (Perspectiefgroep) heeft les van 13.30 tot 15.30 uur.
Als het goed gaat, kun je meer uren les krijgen.
Soms lijkt het FLEX-College een goede plek voor jou, maar kan je toch niet worden geplaatst. Dat kan gebeuren als je zelf niet achter de plaatsing staat, als het niet veilig is voor jou of anderen, of als je hulp die nodig is niet wilt aannemen. Ook kun je niet geplaatst worden als je minder dan drie keer twee uur per week aankunt, of wanneer is vastgesteld dat je eigenlijk beter op een school kunt zitten die speciaal onderwijs geeft.
We zoeken dan met je mee naar een plek die wél bij je past, want die is er echt!
Soms heb je extra hulp nodig die uit jeugdhulp bestaat. Dit kan betekenen dat je een eigen begeleider in de klas krijgt. Scholen en gemeenten werken samen om dit te regelen.
Een leerplichtambtenaar controleert of iedereen naar school gaat. Hij of zij kan ook helpen met aanvragen voor vrijstellingen of als er problemen zijn met schoolverzuim.
De jeugdarts kan ingeschakeld worden als er zorgen zijn over jouw ontwikkeling. Hij of zij kan advies geven over behandelingen en samenwerken met andere professionals om je de juiste zorg te bieden.
Soms kan de school niet de hulp bieden die je nodig hebt. Dit noemen we handelingsverlegenheid.
De school moet ervoor zorgen dat je passend onderwijs krijgt. Zelfs als je school tijdelijk geen geschikte ondersteuning kan bieden, moet de school zorgen dat jij de kans krijgt om te leren en te groeien.
Als jij en jouw ouders er niet uitkomen met de school kun je in gesprek gaan met het schoolbestuur of het samenwerkingsverband. Een onderwijsconsulent kan helpen om een goede oplossing te vinden.
Als jij en jouw ouders echt niet tevreden zijn over hoe dingen gaan op school, kunnen jullie een klacht indienen. Elke school heeft een klachtenprocedure waarin staat hoe je dit kunt doen. De klachtencommissie moet binnen vier weken reageren.