Vinden van de juiste ondersteuning

Jongeren hebben verschillende soorten hulp nodig. Doorgaans wordt hulp verdeeld in ‘basisondersteuning’ en ‘extra ondersteuning’. De school werkt samen met u en uw kind om vast te stellen welke specifieke hulp nodig is om een optimale leeromgeving te creëren.

Hoe wordt er bepaald welke hulp er noodzakelijk is?

De school organiseert vaak een overleg waarin u, uw kind en medewerkers van de school samenkomen. Dit overleg is een kans om de specifieke behoeften van uw kind te bespreken en samen na te denken over de juiste ondersteuning.

Na het overleg stelt de school een OPP op. Dit document bevat specifieke doelen en maatregelen om de ontwikkeling van uw kind te ondersteunen. Het OPP wordt opgesteld in samenspraak met u en uw kind, zodat iedereen betrokken is bij het proces.

De school maakt gebruik van informatie van docenten en mentoren om te begrijpen hoe het met uw kind gaat. Voor aanvullende informatie, zoals rapporten of diagnoses, vraagt de school altijd eerst uw toestemming. Als uw kind 16 jaar of ouder is, moet het zelf toestemming geven.

Schoolondersteuningsprofiel (SOP) en ondersteuningsplan

Het SOP is een belangrijk document dat beschrijft welke soorten ondersteuning de school biedt. Dit kan zowel basisondersteuning als extra ondersteuning zijn. De school is verplicht dit profiel elke vier jaar te vernieuwen, zodat het actueel blijft.

In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt over de extra ondersteuning die scholen in de regio bieden. Dit plan is gericht op het waarborgen van passend onderwijs voor alle leerlingen.

Basisondersteuning is ondersteuning die geboden wordt op de school zelf. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij veelvoorkomende problemen, zoals lees- en rekenvaardigheden. Scholen kunnen ook gespecialiseerd zijn in bepaalde soorten basisondersteuning, zoals dyslexie of gedragsproblemen. Het schoolondersteuningsprofiel (SOP) geeft een duidelijk overzicht van welke basisondersteuning beschikbaar is op de school.

Aan leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben dan de basisondersteuning, kan extra hulp worden geboden. Deze ondersteuning kan variëren van intensieve begeleiding tot speciale programma’s, afhankelijk van de specifieke behoeften van uw kind. Het samenwerkingsverband speelt een belangrijke rol in het coördineren van deze extra hulp.

Rol van schoolpersoneel

Zij zijn vaak de eersten die signalen opvangen dat een uw kind hulp nodig heeft. Docenten hebben dagelijks contact met de leerlingen en kunnen veranderingen in gedrag of prestaties opmerken.

Zijn cruciaal in het proces van het bieden van ondersteuning. De mentor is verantwoordelijk voor het welzijn van uw kind en kan samen met de ondersteuningscoördinator een plan opstellen voor de benodigde hulp. De ondersteuningscoördinator zorgt ervoor dat de juiste ondersteuning wordt geregeld en werkt nauw samen met u én uw kind.

Rechten van jongeren en ouders

Jongeren hebben het recht om mee te praten over hun onderwijs en de ondersteuning die zij ontvangen. Het is belangrijk dat de stem van uw kind wordt gehoord in het proces.

De school mag zonder toestemming van u of uw kind geen persoonlijke informatie delen of opvragen. De privacywet beschermt uw kind en zorgt ervoor dat ouders altijd op de hoogte zijn van wat er met de gegevens van hun kind gebeurt.

Als ouder heeft u het recht om informatie op te vragen uit het leerlingvolgsysteem, het leerlingdossier en het ontwikkelingsperspectief (OPP). Dit geeft u inzicht in de voortgang en ondersteuning van uw kind. Is uw kind 16 of ouder, dan heeft u ook toestemming van uw kind nodig.

De school kan alleen met uw toestemming informatie over uw kind opvragen of delen. Is uw kind 16 jaar of ouder? Dan moet het kind toestemming geven. Het is belangrijk om goed na te denken over welke informatie noodzakelijk is om te delen, zodat de school de juiste ondersteuning kan bieden.

Specifieke ondersteuningsvormen:

Dit type onderwijs is speciaal bedoeld voor vmbo-leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om hun diploma te behalen. LWOO wordt niet apart aangevraagd, maar de vmbo-scholen in de regio bepalen zelf welke leerlingen deze ondersteuning ontvangen op basis van hun observaties en evaluaties.

Dit type onderwijs is gericht op leerlingen die het beste leren door te doen. Praktijkscholen bieden veel begeleiding in kleine klassen en bereiden leerlingen voor op praktische beroepen, zoals koken en welzijn. De opleiding op een praktijkschool duurt ongeveer vijf jaar en kan resulteren in een diploma praktijkonderwijs.

Flex-College Delft:

Ouders/verzorgers kunnen hun kind niet zelf aanmelden. De school van de leerling vraagt, in samenwerking met de leerling, diens ouders/verzorgers, de gedragswetenschapper van het samenwerkingsverband en de hulpverlening een arrangement aan voor het FLEX-College. De Commissie Toewijzing Onderwijsondersteuning (CTO) neemt een besluit over de aanvraag. Na een positief besluit vindt een intakegesprek plaats.

Het FLEX-College is een bovenschoolse voorziening die geen eigen diploma’s heeft. Examenleerlingen op het FLEX-College volgen het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school van herkomst, maar maken Schoolexamen-onderdelen (SE) soms op het FLEX-College. Het landelijk eindexamen (CSE) maken ze altijd op de school van herkomst.

De leerlingen in een Retour regulier traject, Herstelgericht traject en Pitstop komen op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag (van 8.30 uur tot 13.00 uur).
In de middag zijn de leerlingen van het Perspectieftraject er. Dit is elke middag van half 2 tot half 4. Leerlingen starten met een minimale aanwezigheid van 3 middagen. Ze kunnen dit afhankelijk van hun ontwikkeling uitbreiden.

Er zijn twee klassen in de ochtend. De leerlingen starten de dag bij hun eigen mentor. Leerlingen werken individueel, maar onder begeleiding van de OPDC-docent met schoolwerk van de school van herkomst. Regelmatig geven speciale vakdocenten extra ondersteuning. Op dinsdagochtend zijn er groepslessen rond een thema en op donderdagochtend zijn er buitenschoolse groepsactiviteiten. Op woensdag hebben de leerlingen geen les. Dan werken zij thuis of hebben zij een stage of een terugkomdag op school.

De leerlingen in de Perspectiefgroep hebben vaak een iets grotere afstand tot onderwijs en zijn niet volledig belastbaar. Deze leerlingen werken individueel, onder begeleiding van de mentor aan een beperkt aantal vakken. Afhankelijk van de behoefte van de leerlingen in de groep wordt ook creatieve therapie en psycho-motorische therapie ingezet.

De lessen voor de ochtendgroepen zijn tussen 8.30 uur en 13.00 uur. Op woensdag zijn er geen lessen in de ochtend. De leerlingen werken dan thuis of hebben een stage of terugkomdag op school. De lestijden voor de Perspectiefgroep zijn van 13.30 tot 15.30 uur. Afhankelijk van de belastbaarheid van de leerling kunnen deze lessen worden uitgebreid.

Soms lijkt het FLEX-College een passende plek voor uw kind, maar kunnen we toch geen plaatsing realiseren. Dit kan bijvoorbeeld wanneer uw kind zelf niet achter de plaatsing staat, wanneer de veiligheid of het welzijn van andere leerlingen in gevaar kan komen, of wanneer noodzakelijke hulpverlening wordt geweigerd. Ook is plaatsing niet mogelijk als uw kind minder dan drie keer twee uur per week belastbaar is, of wanneer er een Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor het voortgezet speciaal onderwijs is afgegeven.

Mocht dit van toepassing zijn dan denken we graag met u mee over andere passende ondersteuning.

 

Downloads

Jeugdhulp op school

In sommige gevallen kan een deel van de extra hulp die uw kind nodig heeft bestaan uit jeugdhulp, zoals de inzet van een eigen begeleider in de klas. Scholen en gemeenten werken samen om dergelijke arrangementen te realiseren. Het samenwerkingsverband maakt hierover eens in de vier jaar afspraken met de gemeente. U kunt als ouder ook bij uw gemeente vragen om jeugdhulp.

Betrekken van de leerplichtambtenaar en/of jeugdarts

Deze ambtenaar controleert of kinderen naar school gaan en kan ouders helpen bij het aanvragen van vrijstellingen en ontheffingen. Bij problemen met schoolverzuim kan de leerplichtambtenaar ondersteuning bieden.

De jeugdarts kan door de school of u als ouder worden ingeschakeld als er zorgen zijn over de ontwikkeling van uw kind. De jeugdarts kan advies geven over eventuele behandelingen en samenwerken met andere professionals om de juiste zorg te bieden.

Problemen met het vinden van de juiste ondersteuning?

Soms kan de school niet de benodigde extra hulp bieden, wat wordt aangeduid als handelingsverlegenheid. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer de school de juiste middelen of expertise niet heeft. In zulke gevallen is het belangrijk om dit te bespreken met de mentor of de ondersteuningscoördinator.

De school heeft de wettelijke plicht om passend onderwijs te bieden. Dit houdt in dat, zelfs als de school tijdelijk geen geschikte ondersteuning kan bieden, er een zorgplicht is om ervoor te zorgen dat uw kind de mogelijkheid heeft om te leren en zich te ontwikkelen totdat er een alternatieve oplossing is gevonden.

Als u en de school er samen niet uitkomen, kunt u in gesprek gaan met het schoolbestuur of het samenwerkingsverband. Indien nodig kan een onderwijsconsulent worden ingeschakeld om te helpen bij het vinden van een passende oplossing voor uw kind.

Klachtenprocedure en geschillencommissie

Komt u er echt niet uit met de school? Elke school heeft een klachtenprocedure waarin staat hoe ouders een klacht kunnen indienen. U kunt contact opnemen met de klachtencommissie, die verplicht is binnen vier weken te reageren op uw klacht met een advies aan de school.

Als er zeer ernstige meningsverschillen zijn kunt u een beroep doen op de GPO. Deze commissie onderzoekt de zaak en doet een uitspraak, maar het schoolbestuur is niet verplicht om deze op te volgen.